Profielwerkstuk

Het profielwerkstuk is een meesterproef waarin leerlingen binnen hun eigen interessegebied kunnen laten zien welke kennis en vaardigheden ze hebben opgedaan. Alle vwo-ers en havisten werken, meestal in twee- of drietallen, zo'n 80 uur aan dit werkstuk. 

 

Op de havo

De havoleerlingen kiezen uit een groot aanbod een opdracht uit. Deze opdrachten vallen binnen de categorieën projectmanagement, productontwikkeling en museum en educatie. De vaksecties hebben deze opdrachten geformuleerd en fungeren als opdrachtgevers. In het HBO wordt vaak ook in opdracht gewerkt en middels het profielwerkstuk kunnen de leerlingen deze manier van werken al een keer ondervinden. Voorbeelden van opdrachten zijn: het ontwikkelen van een bruisbal, het maken van een 3D-model van een Amsterdams gebouw, het maken van een tentoonstelling over toerisme in Amsterdam, het organiseren van een bootcamp voor ouderen, het schrijven van een advies voor een gezonde kantine, het maken van een korte film op basis van een eigen scenario, het organiseren van een sporttoernooien of high tea. 

Om de leerlingen structuur en houvast te bieden zijn er tussentijdse deadlines vastgesteld en worden er PWS-werkmiddagen georganiseerd. De eindproducten worden tentoongesteld aan ouders, medeleerlingen en docenten. 

 

Op het vwo

Voor de vwo-leerlingen staat bij het maken van een profielwerkstuk niet zozeer de praktijk, maar de academische ontwikkeling centraal. We veronderstellen dat de leerlingen met behulp van de academische cyclus een onderwerp kunnen uitdiepen. Ze leren in het PWS-traject een inhoudelijk onderzoek uit te voeren en daarover een schriftelijk verslag te maken. Het doen van onderzoek is een belangrijke vaardigheid op het vwo en het vervolgonderwijs. Het startpunt is de academische projectweek in 5 vwo waarin de leerlingen allerlei lezingen bijwonen en workshops volgen om inspiratie op te doen voor hun eigen onderzoek. Vervolgens stellen ze zelf groepjes samen en kiezen een eigen onderwerp. In de loop van 5 vwo zijn er meerdere bijeenkomsten waarop de leerlingen de hoofd- en deelvragen formuleren en een plan van aanpak maken. In 6 vwo vindt de uitvoering van het onderzoek plaats en in maart worden de resultaten aan klasgenoten, ouders en docenten gepresenteerd.